Nederlandse spinoff van de Belgische vereniging Cry for Recognition België
•
24 september 2026Zweedse zorgverleners over de verscherpte richtlijn: verdeeld, en de patiënt wacht langer

Zweden koos eind 2022 voor een duidelijke koerswijziging in de zorg voor minderjarigen met genderdysforie: het Zweedse Gezondheidsagentschap (Socialstyrelsen) beperkte het gebruik van puberteitsremmers en cross-sex hormonen tot uitzonderingsgevallen binnen onderzoeksverband, na een systematische review van het onafhankelijke SBU-instituut die weinig bewijs vond voor de veiligheid en werkzaamheid van deze behandelingen op lange termijn. Een nieuwe interviewstudie, gepubliceerd in november 2025 in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE door onderzoekers Elsa Svantesson en Ida Linander, onderzocht voor het eerst hoe de zorgverleners die deze richtlijn dagelijks moeten toepassen, er zelf tegenaan kijken. Het beeld dat naar voren komt, is verre van eenduidig.
Wat de studie deed
Svantesson en Linander interviewden elf zorgverleners — kinderpsychiaters, psychologen, counselors en kinderendocrinologen — verspreid over vier van de zes Zweedse genderteams. De gesprekken vonden plaats tussen februari en december 2024, twee jaar na de richtlijnwijziging, en werden geanalyseerd met reflexieve thematische analyse, een gangbare kwalitatieve onderzoeksmethode. Het doel was niet om vast te stellen of de richtlijn medisch juist is, maar om in kaart te brengen hoe de mensen die haar toepassen, de gevolgen ervan ervaren.
Verdeeldheid onder de zorgverleners zelf
Een deel van de geïnterviewden steunt de striktere lijn. Zij noemen de nieuwe richtlijn een verduidelijking ten opzichte van de eerdere, vagere praktijk, en ervaren de grotere terughoudendheid als verdedigbaar gezien de zwakke bewijsbasis. Een ander deel is kritisch: zij vinden de richtlijn te rigide, met te weinig ruimte voor individuele afweging, en het gevoel dat hun klinische ervaring bij het opstellen ervan is genegeerd. Meerdere respondenten meldden dat naar hun waarneming niet alleen wetenschappelijk bewijs, maar ook mediaberichtgeving en politieke druk de uiteindelijke richtlijn mede hebben gevormd.
Zorgverleners noemden de richtlijn zelf "rigide" en beschreven emotionele moeite met het onthouden van een behandeling die zij persoonlijk nog wel geïndiceerd achtten.
Langere wachttijden en onduidelijke uitsluitingscriteria
Naast de principiële discussie signaleert de studie een aantal praktische knelpunten die de kwaliteit van de zorg direct raken. Ondanks het doel van een landelijk uniforme aanpak bleken de vier onderzochte teams de criteria verschillend te interpreteren, waardoor de plek waar een jongere woont nog steeds meebepaalt welke zorg hij of zij krijgt. Bij jongeren met een bijkomende diagnose als autisme of ADHD bestaat volgens de geïnterviewden aanhoudende onduidelijkheid over de vraag of dit hen juist uitsluit van medische behandeling of extra behoedzaamheid vraagt binnen het traject. En de langere, zorgvuldigere beoordelingsprocedure die de richtlijn vereist, leidde volgens de zorgverleners tot langere wachttijden, wat op zijn beurt de psychische spanning bij wachtende jongeren en hun ouders vergrootte.
Bron, niet duiding: wat de studie wel en niet zegt
Belangrijk is het onderscheid tussen wat deze studie vaststelt en wat daaruit te concluderen valt. Svantesson en Linander beschrijven hoe elf zorgverleners de richtlijn ervaren — dat is een peiling van percepties, geen uitspraak over of de striktere lijn medisch de juiste is. Dat een deel van de respondenten de terughoudendheid als te rigide ervaart, zegt dus niets over de kwaliteit van het bewijs waarop de richtlijn zelf is gebaseerd: dat bewijs, samengevat in het onderliggende SBU-rapport, bleek juist zwak genoeg om de striktere lijn te rechtvaardigen. Wat de studie wél laat zien, is dat een richtlijnwijziging op papier niet automatisch een uniforme, goed uitgevoerde praktijk oplevert — een les die relevant is voor elk land dat een vergelijkbare koerswijziging overweegt of al heeft doorgevoerd, waaronder Nederland.
Voor Nederlandse ouders die de internationale ontwikkelingen volgen, is dit een nuttige correctie op een te simpel beeld. Zweden "is gestopt" met puberteitsremmers wordt vaak kort door de bocht samengevat, maar de werkelijkheid binnen de klinieken is een precaire balans tussen voorzichtigheid en willekeur, tussen bewijs en druk van buitenaf. Op onze pagina over hoe de internationale heroriëntatie tot stand kwam zetten we de koerswijzigingen in Zweden, Finland, Noorwegen, Denemarken, Engeland en Frankrijk naast elkaar; wie liever de volledige stand van de wetenschap per land wil doornemen, vindt een overzicht van de feiten rond genderdysforie op deze site. Voor wie zich specifiek wil verdiepen in het Zweedse SBU-rapport en de onderliggende evidence-based reviews naast de Cass Review en de Finse COHERE-richtlijn: genderrisico.nl zet de internationale onderzoeksoverzichten broncritisch naast elkaar.
Bronnen
Svantesson, E., & Linander, I. (2025, 19 november). "Healthcare providers' perceptions of changes in guidelines for care of minors with gender dysphoria in Sweden: An interview study". PLOS ONE. pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12629429
Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Wanneer en waarom scherpte Zweden de richtlijn voor genderzorg aan minderjarigen aan?
Eind 2022, nadat het onafhankelijke SBU-instituut in een systematische review vaststelde dat er te weinig betrouwbaar bewijs was voor de veiligheid en werkzaamheid van puberteitsremmers en hormoontherapie bij minderjarigen op lange termijn. Sindsdien is medische behandeling in Zweden beperkt tot uitzonderingsgevallen binnen onderzoeksverband.
Vinden Zweedse zorgverleners de striktere richtlijn zelf terecht?
De meningen zijn verdeeld. Een deel van de ondervraagde zorgverleners noemt de richtlijn een verduidelijking en steunt de grotere terughoudendheid; een ander deel vindt haar te rigide en mist ruimte voor individuele afweging. Beide groepen komen aan het woord in de studie van Svantesson en Linander.
Wordt de richtlijn in heel Zweden hetzelfde toegepast?
Nee. Ondanks het doel van landelijke uniformiteit bleken de vier onderzochte genderteams de criteria verschillend te interpreteren, waardoor waar een jongere woont nog steeds meespeelt in welke zorg hij of zij krijgt.
