Nederlandse spinoff van de Belgische vereniging Cry for Recognition België
•
29 september 2026NTvG-onderzoek: zelfs zorgverleners voelen zich onzeker over transgenderzorg

In mei 2026 publiceerde het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) een onderzoek van Lise Woensdregt, Mi Jung van der Velde en Naomi van Stapele naar hoe transgender jongvolwassenen in Nederland de zorg ervaren. Vijf transgender jongvolwassenen interviewden als peer-onderzoekers twintig leeftijdsgenoten. De uitkomst kreeg een veelzeggende titel: “Navigeren door een mijnenveld”. De onderzoekers pleiten voor zorg die toegankelijker, persoonlijker en beter geïnformeerd is, en noemen vier verbeterpunten: meer medische kennis over genderkwesties, continuïteit van zorg, inzet van ervaringsdeskundigheid en meer psychologische ondersteuning.
Wat de deelnemers zelf melden
De onderzoekers citeren jongvolwassenen die de gang langs huisarts, ggz en genderteam beschrijven als een reeks losse, slecht op elkaar aansluitende stappen, waarbij ze telkens opnieuw hun verhaal moeten doen. Dat sluit aan bij wat op deze site vaker naar voren komt: een traject dat voor het kind of de jongere zelf overzichtelijk en veilig zou moeten aanvoelen, wordt in de praktijk als verwarrend en onvoorspelbaar ervaren.
De bevinding die in het persbericht ondersneeuwt
Minstens zo belangrijk als de roep om “toegankelijker” is de reden die de onderzoekers zelf aandragen: zorgprofessionals rapporteren regelmatig onzekerheid, omdat ze onvoldoende ervaring hebben met genderdiversiteit. Dat is een technische, bijna terloopse zin in een onderzoek dat vooral pleit voor méér en snellere toegang tot zorg — maar de strekking ervan is niet gering. Het betekent dat de mensen die jongeren en hun ouders adviseren over een traject met soms onomkeerbare gevolgen, in eigen woorden toegeven dat ze regelmatig niet zeker weten wat de juiste aanpak is.
Het onderzoek zelf concludeert dat toegankelijkere zorg nodig is; de onderliggende bevinding — dat begeleiders zelf onzeker zijn — wordt door de onderzoekers niet als bezwaar tegen snelle toegang gepresenteerd. Dat is onze duiding, niet die van de auteurs.
Twee lezingen van hetzelfde gegeven
Er zijn twee manieren om met deze onzekerheid om te gaan. De onderzoekers kiezen voor: meer kennis bijbrengen, zodat zorgverleners sneller en zekerder kunnen doorverwijzen. Een andere, minstens zo redelijke lezing is: zolang zorgverleners zelf melden onvoldoende houvast te hebben, is voorzichtigheid en tijd nemen voor exploratie geen obstakel dat weggewerkt moet worden, maar een noodzakelijke rem op een traject waarvan delen niet terug te draaien zijn. Op deze site zetten we de stand van zaken rond genderdysforie op een rij, en de verschillende verklaringen die daarbij spelen laten zien hoe weinig consensus er onder wetenschappers en clinici eigenlijk bestaat — precies het soort onzekerheid dat nu ook door zorgverleners zelf wordt bevestigd.
Dat gebrek aan zekerheid staat niet op zichzelf. Vorig jaar, in mei 2025, schreef bio-ethicus Jilles Smids in datzelfde NTvG al dat het Dutch Protocol dringend herzien moet worden op basis van de Cass Review, het Britse onderzoek dat een zwakke bewijsbasis blootlegde onder vroege medische interventies. Een onderzoek dat nu, bijna een jaar later, in hetzelfde tijdschrift vaststelt dat zorgverleners zich onzeker voelen, bevestigt eerder dan weerlegt dat die kritiek gegrond is.
Wat dit betekent voor ouders
Voor ouders die met hun kind een genderteam of ggz-traject ingaan, is dit onderzoek geen reden tot paniek, maar wel een reden om door te vragen: hoeveel ervaring heeft deze specifieke behandelaar met genderdiversiteit, hoe stellig is het advies eigenlijk onderbouwd, en welke ruimte is er om de tijd te nemen? Een systeem dat door de eigen zorgverleners “onzeker” wordt genoemd, is geen systeem waarin een snel doorlopen traject vanzelfsprekend de juiste keuze is.
Bronnen
Woensdregt, L., Van der Velde, M.J. & Van Stapele, N. (2026, 14 mei). Navigeren door een mijnenveld. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 170:D8828. ntvg.nl
Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat bedoelt het onderzoek met 'mijnenveld'?
De term komt van de deelnemers zelf: twintig transgender jongvolwassenen die door vijf peer-onderzoekers werden geïnterviewd, beschreven de Nederlandse zorg zo omdat die volgens hen versnipperd, moeilijk te bereiken en niet altijd aangesloten is op wat zij nodig hebben.
Zegt dit onderzoek iets over de medische risico's van transitie?
Nee. Het onderzoek gaat over de ervaren toegankelijkheid en bejegening in de zorg, niet over de effectiviteit of veiligheid van puberteitsremmers, hormonen of chirurgie. Voor die vragen verwijzen we naar de aparte feitenpagina's op deze site.
Waarom is onzekerheid bij zorgverleners relevant voor ouders?
Als de mensen die begeleiding en verwijzing verzorgen zelf aangeven onvoldoende ervaring te hebben met genderdiversiteit, dan is dat een signaal dat een behandeladvies niet zonder meer als een vaststaand, goed onderbouwd oordeel mag worden opgevat — zeker niet bij een traject met onomkeerbare stappen.
